Oogcontact & lichaamstaal

Tijdens een weekenddienst word ik gebeld door een collega van één van onze afdelingen. Een neussonde van een bewoonster is verstopt geraakt. Wat ze ook proberen, het lukt niet om de sonde weer open te krijgen. De vraag is of ik wil komen kijken. Misschien dat het mij lukt.

Zodra ik op de afdeling ben ga ik naar de desbetreffende cliënte. Mevrouw is net bij ons komen wonen en het is de eerste keer dat ik haar zie. In haar dossier lees ik dat ze slik- en spraakproblemen heeft. Dat betekent dat ze moeilijk kan eten en drinken, maar dat het ook lastig is voor haar om te praten. Bij binnenkomst stel ik me netjes voor en leg uit wat ik wil gaan doen. Ze geeft op mijn  vragen vooral gesloten antwoorden met  ‘ja’ en ‘nee’. Daarbij kijk ik goed naar haar mimiek. Klopt het antwoord bij wat ze uitstraalt? Daarna probeer ook ík alle handelingen om de sonde weer haar werk te laten doen, maar het lukt mij helaas niet. Dat wordt een nieuwe plaatsen. Ik verwijder de verstopte sonde en vraag mevrouw of het goed met haar gaat. Ze antwoord met een knik en een ‘ja’.

Op het moment dat ik de nieuwe sonde pak zie ik dat ze argwanend naar mij kijkt. Ik vraag haar of ze er tegen opziet.  Haar antwoord is ‘ja’. Dan vraag ik of ze een vervelende ervaring heeft gehad met het plaatsen van een sonde. Ze knikt. Ik geef aan dat ik de sonde pas plaats als zij zover is en een slokje drinken neemt. Dat is de meest prettige manier voor haar. Ik probeer haar gerust te stellen en leg uit dat ik al vaak neussonde ’s heb ingebracht.

We proberen het, maar zodra ik het wil uitvoeren weigert ze heel duidelijk. Ik kijk haar aan en haar ogen zeggen mij genoeg. Ze wil niet. Ik vraag om bevestiging. Een duidelijke ‘nee’. Ik geef aan dat ik haar keuze respecteer. We kunnen proberen of het ook zonder kan, aangezien ze samen met de logopediste probeert weer langzaam over te gaan op zelfstandig eten en drinken.

‘Dit kun je iemand zó gunnen om weer zelfstandig te kunnen eten en drinken.’

Ik informeer de dienstdoende arts. Samen maken we een plan van aanpak. Lukt het niet, dan bellen we elkaar weer en gaan we over op plan B. We proberen het met verdikt sap. De eerste slok gaat goed, maar bij de tweede zie ik dat het slikken moeite kost. Ik vraag haar of het goed gaat en in haar ogen lees ik de teleurstelling. Het lukt niet. Ik leef met haar mee. Dit kun je iemand zó gunnen om weer zelfstandig te kunnen eten en drinken.

Wat volgt is een goed gesprek. Ik stel veel gesloten vragen waarop zij duidelijk kan antwoorden. Het is helder voor ons beiden wat er moet gebeuren, maar ook wat en hoe mevrouw het wil. Ik bedank haar voor haar duidelijke antwoorden en het vertrouwen in mij. Zoals samen afgesproken komt haar man om haar te ondersteunen. Hij praat met haar, leidt af en geeft een slokje drinken. De aanpak werkt. Voordat ze het weet is de nieuwe sonde geplaatst. Weer hebben we oogcontact. De opluchting is te zien in haar ogen. We spreken af dat ik later nog even bij haar informeer hoe het gaat en nemen afscheid.

Ik vind het in mijn werk ontzettend belangrijk om oogcontact te maken en naar de lichaamstaal te kijken. Dat zegt samen soms meer dan gesproken woorden!

Onbetaalbaar en zingevend
Tijdens mijn eerdere werkzaamheden op een revalidatie afdeling voelde ik altijd al veel empathie voor cliënten die spraakstoornissen hadden. Deze spraakstoornissen zien we vaak na het doormaken van een CVA (herseninfarct). Cliënten kunnen zich er heel bewust van zijn dat ze niet goed meer kunnen spreken. Of dat woorden er anders uitkomen dan bedoeld. Tot grote frustratie voor hen. Want hoe communiceer je met iemand die je niet verstaat en maak je duidelijk wat je precies bedoelt? Sommige cliënten kunnen slechts enkele woorden spreken. Anderen kunnen alleen antwoord geven met ‘ja’ of ‘nee’ of een beperkt  aantal woorden steeds herhalen met een andere klank in hun stem. Bijvoorbeeld van boos naar tevreden.

De kunst is om samen als behandelend team op zoek te gaan naar een manier van communiceren. Ik vond en vind het nog steeds een uitdaging en kunst om degene te verstaan die niet meer kan zeggen wat hij eigenlijk bedoelt. Dat kan met pictogrammen, vragen, doorvragen, computers, et cetera. De opluchting die cliënten soms laten zien en de dankbaarheid als we het juiste communicatiemiddel vinden waarmee ze hun ‘stem’ terug hebben: onbetaalbaar en zingevend. Voor de cliënt, maar ook voor de zorgmedewerker. Voor mij!