Wil je nu komen?

Mijn overdracht van de nachtdienst naar de dagdienst wordt halverwege onderbroken. De dagdienst begint net als de dag ervoor met eenzelfde telefoontje : ‘Wil je nu komen?’ En ik ga… Maar zodra ik de kamer op kom zie ik gelijk het verschil met gisteren. Een moeilijke ademhaling als gevolg van een spierziekte die het lichaam haar kracht heeft doen verliezen. Je bent minder krachtig dan gisteren en ik merk nog een aantal zaken op. Daarna voel ik kippenvel opkomen. Ik kijk mijn collega aan. Onze ogen spreken uit wat we (nog) niet hardop durven en mogen zeggen… De antibioticakuur waarmee gisteren is gestart, lijkt zijn werk niet te doen.

Samen met mijn collega’s ondernemen we actie. We bellen de arts en je man en verrichten een aantal handelingen die voor nog wat comfort moeten zorgen. Zodra de arts en je man er zijn, bespreken we met elkaar het verloop van het laatste uur.  Er is gekozen voor maximaal comfort en we voeren de gegeven opdrachten van de arts uit. De sonde wordt verwijderd. Ook geven we je  medicatie die voor meer comfort moet zorgen.

Ik spreek je man en ook hij ziet het verschil met gisteren. Het is niet te bevatten. Je was net terug uit het ziekenhuis waar je bent behandeld voor je klachten. Ze willen je nog zo graag bij zich houden. Eergisteren leek het zelfs even beter te gaan. Wat een grote verandering in een nacht.

Zelf ben je in je werkzame leven ook verpleegkundige geweest en ik vraag me af: ‘ben je je nog bewust van je ziek zijn? Wist je het gisteren al of al langer dat je lichaam het niet meer aankon…? Ik kan het wel vragen maar de antwoorden blijven helaas uit. Ik spreek je dochter. Ze geeft aan dat je zo graag je kleinkinderen had zien opgroeien en dat de ziekte zo progressief is geweest de laatste tijd. Ik laat haar praten en luister aandachtig. Wie was je en wat hield je bezig? Wat vond je belangrijk en hoe ging je met je ziekte om? Ik probeer je tot steun te zijn en realiseer me dat je niet eens zoveel ouder bent dan ik…

Op medisch gebied kan tegenwoordig zoveel, maar aandacht en geruststellende woorden is nu het enige dat we nog kunnen geven. Ik vraag je dochter hoe het voor hen is om hun moeder zo te zien en hoe ze de geleverde zorg van vandaag hebben ervaren. We hebben een fijn gesprek waarbij ze haar waardering uitspreekt naar ons. Dit doet me goed en ik geef dit door aan alle betrokken medewerkers. Ik merk bij mezelf dat door de dag heen de emotie hoger gaat zitten. Allerlei telefoontjes moeten beantwoord worden en natuurlijk zijn er ook andere bewoners die hulp nodig hebben. Ik handel en ik regel, maar steeds dwalen mijn gedachten af en heb ik de behoefte om bij je te gaan kijken. Helpt hetgeen wat we je net gegeven hebben een beetje? Wat kunnen we nog meer voor je doen en hoe lang zal je strijd duren? Gelukkig zien we in de loop van de dag dat de medicatie zijn werk doet… maar het kan altijd nog beter voor mijn gevoel. Ik wil nog meer doen, maar wat? Ik voel me machteloos als ik aan je bed sta. De tijd van handelen is geweest en het enige wat ik kan doen is er voor je zijn. Gewoon er zijn!

De arts komt nog een keer kijken en  we nemen het verloop van de dag door. Mijn dienst zit er bijna op. Je familie bedankt ons nogmaals voor de goede zorgen tot nu toe. We doen wat we kunnen en ik ben trots op mijn collega’s.  Hoe we samen gehandeld hebben en er waren voor jou en je familie. Het leveren van zorg in de laatste levensfase kan heel mooi zijn, maar ook zo moeilijk en confronterend.

De situatie houdt mij onderweg naar huis nog steeds bezig.  Dit komt door je leeftijd, het grillige en onverwachte verloop van je ziekte en alles eromheen geeft mij een gevoel van machteloosheid. Ik besluit het gelijk van me af te schrijven en er thuis over te praten en realiseer me dat ik dat niet vaak meer doe. Alleen bij situaties die me aangrijpen zoals vandaag. En het voelt goed om erover te schrijven en te praten.

Morgenochtend om 07.00 uur ben ik er weer voor je, eerst maar even slapen en bijkomen van vandaag.

Alle kanten van de zorg belicht
Ik heb even getwijfeld over het schrijven van deze blog, omdat dit behoorlijk vanuit mijn emotie is geschreven. En nu ik het verhaal verwerk tot een blog voel ik weer hoe ik me die dag heb gevoeld en ervaar ik nog steeds dat het me emotioneert. Daarom maak ik de keus het wel te delen, want deze kant van de zorg mag zeker ook benoemd worden.

Bij het werken in de zorg word je regelmatig met situaties geconfronteerd waarin je je machteloos kunt voelen. Omdat je niet alles in de hand hebt of omdat het je soms aan bepaalde ervaring ontbreekt. Daar heeft bijna iedereen mee te maken (gehad). Dan heb je te dealen met de situatie en de emoties die op dat moment spelen, omdat jij degene bent die dienst heeft. Dat is niet altijd makkelijk en er is ook niet altijd een oplossing voor handen. Omdat de zorg mensenwerk is en je  soms in situaties kunt komen waarin je te maken krijgt met persoonlijke emoties, probeer je in dergelijke situaties altijd te doen wat je het beste lijkt. Er te zijn en aandacht te geven waarmee je hoopt dat mensen zich veilig en prettig voelen. En er samen over praten en gevoelens ventileren helpt mij dan enorm.